Maar hoe werkt het nu in de praktijk? De docent Pieter Snoek aan het woord. PDF Afdrukken E-mailadres

Het is voor ons bedrijf de eerste keer dat wij met deze methode werken. De voorbereiding kost niet meer dan een half uur tot drie kwartier. De opzet is dat men elk thema begint met inleidende vragen. Hiermee kan ik, als docent, al een inschatting maken in welke mate de groep bekend is met de lesstof.

 

Er zijn 21 thema’s te behandelen. Praktisch gezien kan men hier met 1 dagdeel in de week een halfjaar mee vullen. Ik ben begonnen de verschillende thema’s te rangschikken naar algemene vorming, werknemers- en werkinhoudelijke aspecten. Hiermee volg ik niet de volgorde die in de lesmap aangegeven staat, maar heb ik een eigen rangschikking van de thema’s gemaakt. Wel staat voor elke lesdag een thema ter behandeling. Zodat ik in 21 weken alle thema’s heb behandeld.

 

Het lesmateriaal is aangevuld met filmpjes met praktijksituaties die bij elke lesmap op een cd-rom zijn geplaatst. Aangezien ik in groepsverband lesgeef, heb ik een aparte dvd met de filmpjes besteld die ik in het leslokaal via de tv af kan spelen. Een gecombineerde cd/dvd zou wat dat betreft handiger zijn. Per thema zijn er meerdere filmpjes te bekijken. Aangezien ik als docent de filmpjes gebruik om op de eigen ervaring van de deelnemers te reflecteren, gaat er nogal wat tijd in zitten om alle filmpjes te bekijken. Ik gebruik ze dan ook niet allemaal. Meestal maar één of twee.

 

De lesopbouw ziet er dan ook als volgt uit: Ik begin met de ‘instapvragen’ om te peilen welke kennis hierover al aanwezig is. Vervolgens laat ik een deelnemer zijn/haar antwoord beargumenteren. Dan vraag ik de overige deelnemers of zij het ook zo zouden doen. Dit leidt dan tot discussie waarmee ik duidelijk krijg welke kennis er aanwezig is en waar nog vragen liggen. Met deze vragen ga ik aan de slag om een stukje theorie uit te leggen. De theorie wordt bevestigd met een filmpje uit de praktijk. Hierover ontstaan dan vaak werk specifieke vragen of algemene vragen. Het laatste deel van het dagdeel gebruik ik om op deze algemene, dan wel werk specifieke vragen in te gaan.

 

Op deze manier wordt er zowel werkinhoudelijk gewerkt als algemeen vormend. Want naast de beoogde werknemersvaardigheden gaat het er natuurlijk ook om de persoon in kwestie persoonlijk te laten ontwikkelen. Emancipatorisch sterker te maken.

Onze verwachtingen van deze methode zijn dat deelnemers na dit voortraject van een halfjaar de beroepskwalificerende opleiding Zorghulp die daarna volgt beter aankunnen.

 

Ten slotte

Wij overwegen de methode ook in te voeren bij de andere arbeidsgewennings- en oriëntatieprojecten teneinde onze deelnemers systematisch vaardigheden te laten ontwikkelen, gericht op het verhogen van de loonwaarde met als uiteindelijk doel een reguliere baan. Ook voor onze medewerkers van de Sociale Werkvoorziening.

Ronald van Wijk en Pieter Snoek